Voor veel Rotterdammers van mijn generatie is Dorus niet weg te denken. Hoewel hij zelf geen geboren Rotterdammer is, wist hij ons zodanig te raken dat velen hem in hun hart hebben gesloten. De foto in de Oud- Rotterdammer was dan ook heel makkelijk te plaatsen. Het ging om een optreden in zijn eigen theater in Rotterdam waar kinderen bij hem op schoot een liedje mochten zingen. Dorus roept bij mij allerlei mooie herinneringen op. Het was eind jaren vijftig en ik was nog maar een dreumes terwijl mijn vader in een noodbakkerij aan de ‘s-Gravenweg een bestaan opbouwde als brood- en banketbakker. Naast de verkoop in de winkel leverde pa ook aan de horeca in het centrum van de stad. Het ging dan voornamelijk om saucijzenbroodjes voor de kroegen, waar een extra handje zout in was verwerkt, om de drankverkoop te stimuleren. Daarnaast had hij een heel netwerk van kleine winkeltjes (waterstokers) waar je de koekjes van mijn vader kon kopen. Ook leverde hij afgebakken platen bladerdeeg aan een mannetje dat naast zijn reguliere baan in het weekend een interessante bijverdienste had. Deze man verkocht, elke zondag bij de ingang van het Feyenoordstadion, tompoezen aan het publiek. Dat liep als een tierelier. Hij maakte die tompoezen met de plakken van mijn vader. Zelf kon hij wel een pannetje met banketbakkersroom ma- ken en ook de fondant wilde nog wel lukken, maar voor dat heerlijke bladerdeeg had hij de hulp van een goede bakker nodig en dat was mijn pa. Elke zaterdagavond bracht mijn vader een partijtje tompoesplakken naar die man toe, zodat hij daar de volgende ochtend weer tompoesjes van kon maken. Dankzij de goed lopende bijverdienste had de tompoezenverkoper al snel genoeg geld om een van de nieuwste uitvindingen uit die tijd in huis te halen, een televisie.
Tompoezenverkoper
Dat was in de tijd dat Dorus regelma-tig op zaterdagavond voor de VARA met een show op de televisie kwam. Eerst zag mijn vader, min of meer bij toeval, zo’n show toen hij zijn partijtje tompoesplakken kwam afleveren. De kamer was op dat moment propvol bij de tompoezenverkoper want veel van de buren, die nog geen televisie kon- den kopen, kwamen ook bij hem kij- ken. Pa vroeg aan de tompoezenverkoper of zijn vrouw en zoon (dat was ik dus) de volgende keer, dat Dorus zo’n show op de televisie bracht, ook mee mocht nemen. Dat mocht natuurlijk want dankzij de tompoes- plakken van mijn vader verdiende hij echt meer dan hij ooit voor mogelijk had gehouden. En zo kwam het dat ik op een avond, ver na mijn bedtijd, met mijn vader en moeder mee mocht in de bestelauto van de bakkerij naar de tompoezenverkoper. In die tijd waren er nog geen kinderzitjes voor kleuters.
Ik zat gewoon in een rieten stoeltje op de laadvloer achterin de bestelwagen. Als je dat nu zou doen zou je als bestuurder direct de bak in draaien. Toen was dat normaal. Niemand zei er iets van. Bij de tompoezenverkoper was al een grote groep mensen in de huiskamer en stond het er aardig blauw van de rook. Ook daar keek men toen anders tegenaan dan nu. Samen met pa en ma veroverden we een plekkie en keek ik voor het eerst televisie. Vanaf dat moment kon Dorus natuurlijk niet meer stuk bij mij.
Daarom gingen we ook naar zijn voorstelling in het pand op het oude Schuddebeursterrein aan de Mauritsweg. Geweldig was dat. In de show waren ook Mini en Maxi te zien die allerlei muzikale acts hadden. Een paar maandjes later kwam Dorus op de televisie met het programma “Dorus op schoot” waarbij een meisje eindeloos “Poesie mauw” bleef zingen. Van dat programma was ook de foto in de “Oud Rotterdammer” van 6 februari. Dorus is altijd een favoriet binnen mijn familie gebleven. Als ik met mijn gezin in de auto op weg was naar onze vakantiebestemming, draaide ik graag de liedjes van Dorus. Vele jaren later waren we op bezoek bij mijn oma in een bejaardenflat. Terwijl we daar door de gangen naar haar kamertje liepen hoorde mijn vader de zeer karakteristieke stem waarmee de tompoezenverkoper een halve eeuw geleden zijn waren aanprees bij het Feyenoordstadion. Dus pa ging op het vertrouwde geluid af en stak bij de ontspanningsruimte zijn kop om de hoek. Daar zat de tompoezenverkoper aan een tafel te klaverjassen en toen hij mijn vader zag moest hij toch even goed nadenken en toen riep hij met die krakende stem van hem: “Héé bakkertje!!” Die mannen hebben nog even gezellig zitten praten en ook daar kwam Dorus eventjes ter sprake, want na al die jaren waren ze nog steeds allebei een hele grote fan.
Daan Koppenol, Zoon van de bakker uit Kralingen, koppenoldaan@gmail.com
En natuurlijk kregen we nog veel meer reacties op de ‘Ken je dit nog’ foto van Dorus. Lees maar!
Pim Smit: “Ja tuurlijk! Dorus! Tom Manders, broer van Kees Manders. Een theatershow voor de kinderen met de beroemde bij Dorus op schoot ‘Poessie mauw!’ aflevering. Zelf bezocht met het item dat de metro net in Rotterdam reed en hij deed alsof deze door het theater van zijn zaak kwam denderen. En natuurlijk de zeer bekende ‘muizevalletje’ octrooi aanvraag.”
Carla Versnel: “Op 27-4-1967 ben ik naar een voorstelling van Dorus geweest in zijn theater in de Mauritsstraat. Ik vond het geweldig, ik had het voorheen al op de televisie gezien. In het echt was het een belevenis. Er was volgens mij niet echt een podium, we zaten op kistjes en hij bewoog zich tussen het publiek. Ik ben erna nog een paar keer geweest, soms verkocht hij zelf kaartjes, zonder vermomming, dan was hij onherkenbaar. Ik moet er nog vaak aan denken, het was zo’n leuk avondje uit. De datum weet ik nog precies want toen we uit het theater kwamen was het feest in Rotterdam, er was een prins geboren, onze huidige koning. Ik was 19 jaar, had net mijn rijbewijs, ik mocht de auto van mijn vader lenen. Toen ik op het Hofplein kwam was daar een grote menigte feest aan het vieren, polonaise tussen de auto’s door en door het fontein. Ik kon geen kant op alle auto ‘s stonden vast. De lichte auto’s zoals de lelijke eenden moesten het ontgelden, de mensen vlogen zowat tegen het dak van de auto. Gelukkig was mijn auto wat zwaarder. Bedacht me op dat moment, dit is waarschijnlijk de laatste keer dat ik de auto mag lenen. Gelukkig was er geen schade, in die tijd was er nog feest zonder dat het op rellen uit liep.”
Jannie Hoogendoorn: “Ik denk dat ik 10/11 jaar oud was dat we op de Mauritsplaats dat leuke theatertje van Dorus bezochten. Veel hout binnen herinner ik me, volgens mij zaten we op kistjes en er was een beweegbare vloer, die als de metro zogenaamd langs kwam(onderdoor zei Dorus) ging bewegen, je zat dan echt te schud- den, hilarisch was dat. Het program was mét de Jonge Tien weet ik nog, daarbij zaten o.a. Mini en Maxi die onder andere het Hotscha trio deed samen met Dorus met borstels als mondharmo- nica’s, die gekke bekken van Maxi waren enig. Als kind was je de ster daar en mocht je lied of verhaal doen bij Dorus. Dit was een van m’n eerste theaterervaringen. Het was heel bijzonder. Onvergetelijk!”
Ruud Kuipers: “”In z’n hoestbui op vier wiele”, zo kwam Tom Manders (beter bekend als Dorus) in 1967 naar Rotterdam om daar een eigen theater te beginnen aan de Mauritsstraat vlak bij het Schouwburgplein. Voordat hij naar Rotterdam kwam was hij al heel bekend van televisie, hij speelde in verschillende shows, als komiek, conferencier en zanger, want hij schreef ook talloze liedjes. Dat waren altijd gezellige zaterdagavonden waar je voor thuis bleef. Het Rotterdamse avontuur duurde van 1967 tot 1970. Heel populair was het programma “Bij Dorus op schoot” waar zo’n 400 kinderen in het theater zaten en dan mochten de kinderen bij hem op schoot komen zitten voor een praatje en een liedje zingen, dat was een feest voor de kinde- ren. Een fragment dat is me altijd bijgebleven was een meisje van twee jaar met poesie mauw- poesie mauw- poesie mauw, wat wel een paar minuten duurde omdat dit de enige regel was die ze kende. Tom Manders was een geweldig artist helaas veel te vroeg overleden.”
Margriet de Held-Ouwerkerk: “Waarschijnlijk was het in 1966, ik was toen 13 jaar oud, dat mijn schoolvriendinnetje Marianne van Greeven mij uitnodigde om mee te gaan naar het cabaret van Dorus. Er waren speciale kindermiddagen. Haar broertje was jarig en mocht met een aantal vriendjes naar het cabaret. Buiten dat het voor mij leuk was om mee te gaan, was het ook handig om te helpen met de jongens een beetje in de gaten te houden. Ik kan mij herinneren dat ik het prachtig vond om mee te maken. Volgens mij stond het halfronde orgel van meneer Cor Steijn er ook maar er werd niet op gespeeld. Ook werden kinderen uitgenodigd om een liedje te komen zingen, waarbij natuurlijk het beroemde “Poessie Mauw” ook voorbijkwam, dit was inmiddels door de bekende en veel herhaalde TV-uitzending legendarisch. De ingang van het Cabaret was achter de toenmalige Pauluskerk, in de Mauritsstraat. Begin 70’er jaren werkte ik bij de Nedelandsche Middenstands Bank op de Westersingel toen een van mijn collega’s een keurige heer aanwees (met hoed?) en me vroeg of ik wist wie dit was. Het bleek Tom Manders te zijn. Ik heb hem nadien nog een aantal keer gezien en vond het een grote schok toen hij al zo jong overleed. Nog steeds komen de liedjes “Als ik wist dat je zou komen” en “2 motten” regelmatig in mijn hoofd, en soms ook hardop, voorbij. Ook “Weet je wat een Rotterdammer”, onvergetelijk, zeker als je bedenkt dat Dorus een Amsterdammer was, is het toch een prachtig lied over en voor Rotterdammers. Kortom hij heeft heel veel moois nagelaten.”
Karin Vermeer: “Jazeker! Ik herinner mij meerdere keren in het theatertje te zijn geweest, waarvan 1 keer met mijn vader en in ieder geval 1 van mijn 2 broers. Ik denk dat de jongste nog te klein was. Bij die gelegenheid werd mijn vader uit het publiek gepikt. Hij probeerde er nog onderuit te komen maar dat lukte niet. Hij moest samen met een andere vader een wed- strijdje “Luier verwisselen” doen op het podium. Ik weet niet meer wie er gewonnen heeft. Ook Mini en Maxi staan op mijn netvlies geschreven en de liedjes van Dorus kan ik mij ook levendig herinneren. Wij hadden thuis de LP van Dorus met meneer Cor Steyn. Verder zie ik Tom Manders nog als Dorus aan de bar staan voordat de voorstelling begon.”
Anneke Mengelkamp: “Ik ben woonachtig in Spanje. Mijn zus uit Spijkenisse stuurt me dit zojuist toe. Het is namelijk mijn jongste dochter Monica Mosch die op de foto staat. Het is heel wat jaartjes geleden zij is nu 63 jaar. Van deze foto zijn destijds ook ansichtkaarten gedrukt. Mijn toenmalige man, fotograaf Harry Mosch (en haar vader) Fotoburo Artifo Mariniersweg heeft deze opname gemaakt. Een leuke verrassing voor mij.”