Skip to main content
Green Button

Auteur: Peter

‘Dansen is plezier voor twee!’

In die tijd moest je maar niet verschijnen in T-shirt of trui. Colbertje met stropdas of vlinderstrik was het kledingvoorschrift. De muziek waar je op leerde dansen was meestal van een ballroomorkest, zoals Victor Silvester of Werner Müller. Maar ook het toen wat modernere genre kwam aan bod. DSC (Dutch Swing College band) Papa Bue’s Viking Jazzband of hits van Connie Francis en Petula Clark.

Medal Test

De sfeer was heel goed: Mijnheer Silvius lette er goed op, dat leerlingen die al wat vaardiger waren, ook de nog wat minder bedreven leerlingen ten dans vroegen. Zo ging je van de ‘beginners’ geleidelijk aan door naar de gevorderden. Het seizoen werd afgesloten met de zogenaamde ‘Medal Test’. Een collega-jurylid van de bond van dansleraren kwam dan eens per jaar een test afnemen en wie wilde kon bij elke Medal Test pogen het volgende speldje te bemachtigen. Brons, brons met ster, zilver, zilver met ster, goud en goud met ster. Het heeft mij zo’n vijf seizoenen gekost om die felbegeerde goud-met-ster te bemachtigen. De dansles was zo leuk, dat ik na mijn eigen lesuur ‘nableef’ om te assisteren in de volgende lesgroep. Meestal waren er heren (wij spraken niet van jongens of mannen) tekort en om ook alle dames-leerlingen zoveel mogelijk op de dansvloer te kunnen laten komen, waren er vrijwilligers-assistenten. In 1964 kreeg ik een spontane beloning voor het assisteren. Niet van Marcel Silvius. Dat hoefde ook niet, want een uurtje extra in de dansschool is op zich al een beloning. Maar als assistent leerde ik Grada kennen en zij danste al vrij goed. Wij spraken af op zondagavond naar het vrijdansen te komen en deden dat steeds vaker. Die afspraakjes leidden tot verkering en later ons huwelijk. Met recht hadden de dansleraren destijds al slogan: ‘Dansen is plezier voort twee!’ Grappig toeval is, dat De Oud-Rotterdammer de oproep om iets te schrijven over dansles, deed met als planning om daar iets over te publiceren in de uitgave van 16 april. Dat is precies de datum, waarop wij dan 53 jaar getrouwd zijn!

Frans Elders

eldersfrans4@gmail.com

‘Bij het dansen leerde ik mijn vrouw kennen’

Ik heb alle dansen met heel veel plezier gedaan, van ballroom tot Zuidamerikaans en zelfs tot de wedstrijdklasse. Samen met mijn danspartner Gerda Hol en later met Eef (achternaam ben ik kwijt). Met Gerda Hol ben ik zelfs kampioen geworden in 1968 in zalencentrum Palace in de Zomerhofstraat, met een mooie beker als prijs. Mijn vrouw Sjaan Geleijnse heeft er acht jaar gedanst en die heb ik er leren kennen. Bij het vrij
dansen op zaterdag en zondagavonden en bij het assisteren wanneer er meer meisjes dan jongens waren. Ze zag er altijd goed verzorgd uit en had een leuk koppie. Via vriendinnen van Sjaan hoorde ik dat ze jarig was en ben gelijk een pakje Stuyvesant gaan kopen, wat ze wel op prijs stelde.

In die tijd kregen we een beetje verkering. Dat was in 1970. Ik ben nooit met Sjaan gaan dansen met lessen omdat ik vier jaar ouder was en verder met lessen. Natuurlijk wel samen vrij dansen en assisteren bij haar lessen.Ik kan het hier niet te lang maken, maar ik zou ereen boek over kunnen schrijven. Alle leskaarten, certifcaten, prospectussen en zovoorts vanaf 1963 hebben we bewaard omdat het zo’n mooie periode was. Intussen zijn we 51 jaar getrouwd. Plus drie jaar verkering is 54 jaar samen. Wat een onvergetelijke tijd!

Joop Op den Kelder
sjaanenjoop60@hotmail.com

Mijmeren over de medische faculteit

Piet van Dijk: “Natuurlijk is dit een bekend gebouw: de medische faculteit van het Dijkzigt ziekenhuis, tegenwoordig het Erasmus MC. Het gebouw werd in 1967 opgeleverd en in 1968 heb ik er al gewerkt. In die tijd zat ik nog op de middelbare school, maar buiten schooltijd verdiende ik wat bij via een uitzendbureau. Veel werk in de haven, vaak tot midden in de nacht. Tot het uitzendbureau mij belde of ik zin had in een baantje als weekeind/nachtportier. Ik kreeg een uniform van de Nederlandse Veiligheids Dienst compleet met pet.

Op zondagmorgen fietste ik in uniform vanuit Pendrecht naar het gebouw aan de Westzeedijk. Op de Dorpsweg merkte ik regelmatig dat het autoverkeer inhield als ze een “agent” zagen fietsen. Hoe anders is dat tegenwoordig! Op de faculteit was ik samen met een vaste bewaker dag- en nachtportier en we mochten niemand zonder pasje toelaten. In het weekeind waren er nauwelijks bezoekers, soms iemand die iets moest voorbereiden voor de nieuwe week. Ook moesten wij elke twee uur rondes lopen over de meest belangrijke verdiepingen. Een portable mee om contact met elkaar te houden. Je kunt zomaar verdwalen in het complex. Mijn favoriete zalen waren die met embryo’s op sterk water en die waar het snijwerk verricht werd. In die zalen hing een licht penetrante geur van de formaldehyde, het conserveringsmiddel om menselijke resten te bewaren. Op de snijtafels lagen allerlei menselijke delen, als werkobjecten voor de geneeskunde studenten. Op een afgedekt lichaam lag een briefje: “Linkerbeen moet er ook af.” Onder het laken zag ik dat het rechterbeen al was verwijderd.

Het was allemaal wel een beetje luguber, zeker omdat ik wist dat ik de enige levende ziel op die zaal was. Uit een hoek ‘lachte’ een menselijk skelet mij toe. Het was erg interessant, al ben ik toch maar geen medicus geworden. Ik heb nog wel een EHBO-diploma gehaald, maar daarbij is het gebleven.” Henk Versteeg: “Voor mij zeker heel bekend. Mijn verhaal begint echter aan de Groenezoom, en wel op 4 mei 1964. Ik reed toen op m’n brommer vanaf de Enk via de Wilgenweerd richting Groenezoom. Vanaf de Enk mocht ik niet de Wilgenweerd inrijden inrijden, maar ja je bent jong en bovendien woonde er op de Wilgenweerd Lenie Letterie waar ik toen bevriend mee was. In die tijd reed tram Lijn 3 op de groenzoom en die zag ik niet aankomen. Met als gevolg met gillende sirene het Dijkzigt in verdwenen. Mijn vrienden destijds hebben er een kort rijmpje van gemaakt: “Henk reed op de Groenezoom, mooi tussen de bomen, en zat van Lenie te dromen, Hij werd uit zijn droom gestoord, en middenin Lijn 3 geboord, Hij is met gillende sirene het Dijkzigt in verdwenen”

Joop Willemse: “De foto maakt veel herinneringen bij mij los. ik heb daar vanaf 1967 gewerkt tot 1980. Nadat ik eerst enkele weken in het Dijzigt ziekenhuis en de laagbouw links buiten de foto heb gewerkt, kwam ik in de hoogbouw van de toenmalige medische faculteit het tegenwoordige Erasmus MC terecht. Ik heb toen meegewerkt aan de technische installatie zoals waterleidingen, riolering en leidingen voor de laboratoriums zoals gas, zuurstof en persluchtleidingen. Het was een enorme karwei dat eindigde in het aansluiten van alle aanwezige laboratoriumtafels en sanitaire voorzieningen met tussendoor aanpassingen en veranderringen.

Tijdens deze werkzaamheden hebben ik en een collega de medisch wereld achter de schermen meegemaakt, wat bijzonder interessant was. Tijdens het werk praatten we met medewerkers over wat er allemaal gedaan werd. In de vitrinekasten konden we de bekende potten met inhoud bewonderen met uitleg van medewerkers. Na mijn militaire dienst heb ik meegeholpen met de inrichting van de laatste etages en weer verdere aanpassingen en onderhoud in het gebouw tot ik met mijn toenmalige voorman ging werken in de verdere nieuwbouw bij het Dijkzigtziekenhuis. Kortom ik heb daar de nodige voetstappen afgelegd tot 1980, toen ik weer terug was in de hoogbouw om voorbereidingen te treffen voor overschakeling naar stadsverwarming. Ik heb daar gewerkt tot het bedrijf in dat jaar failliet ging. Ik ben jaren later terug geweest in het Erasmus MC voor onderzoek en een operatie en heb alle herinneringen herbeleefd.”

Ruud Kuipers: “Bij het zien van de foto dacht ik: wat ziet het er nieuw uit, maar inmiddels is het alweer 56 jaar geleden dat de Medische Faculteit in gebruik werd genomen. Met zijn 117 meter is het gebouw hoger dan de Euromast en werd op dat moment het hoogste gebouw van Nederland. Twee jaar later werd de spacetower op de Euromast gezet zodat die weer tientallen jaren vooruit kon. De Medische Faculteit is verbonden met de Erasmus Universiteit, hier worden de studenten geneeskunde opgeleid tot dokters en wetenschappers. Ook is de faculteit verbonden met het Erasmus Medisch Centrum (EMC), een van de grootste ziekenhuizen van Nederland. Op deze plek stond het inmiddels afgebroken Dijkzigt ziekenhuis genoemd naar “Villa Dijkzigt” waar ooit de redersfamilie Van Hoboken heeft gewoond. De villa staat ook op deze locatie (het land van Hoboken) waar nu het Natuurhistorisch Museum Rotterdam is gevestigd.” Eddy Allart: “In 1980 ben ik van de HTS in Rotterdam gekomen. Ik kon nog niet in militaire dienst. Om de tijd een nuttige invulling te geven ben ik via de schoonvader van mijn broer bij Hogenboom Spijkenisse terechtgekomen. Daar kon ik meewerken aan het project Medische Faculteit. Het mooie grote witte gebouw was op dat moment al in gebruik maar de verwarmingsinstallatie was niet opgeleverd. De aannemer was failliet gegaan. Het werk was wel klaar maar de tekeningen waren nog niet op orde.

Waarschijnlijk waren de tekenaars op kantoor eerder op de hoogte van het faillissement. Wij hebben alle tekeningen moeten controleren aan de hand van de werkelijkheid in het gebouw. Er was een houten keet met 2 verdiepingen gebouwd vlak voor de ingang van het ziekenhuis waar nu het Sophia kinderziekenhuis staat. Dat zat toen nog aan de Gordelweg. We gingen met een tekening en een kladblok het hele gebouw door om er zeker van te kunnen zijn dat het klopte. We hadden dus toegang tot het hele gebouw. Van de kelder tot het dak. Ik kan me nog herinneren dat op het dak heel veel antennes en schotels stonden. Ook een prachtig uitzicht natuurlijk, hoger dan de Euromast. En er was bovenop het dak een hele grote lege ruimte met rondom glas. Daar zouden ze later een grote loungeruimte/bar/restaurant van maken voor belangrijke (buitenlandse) gasten. Volgens mij is dat tot op heden nooit gebeurd. Zonde eigenlijk…”

Jeannet Tillemans: “Van 1978 tot en met 1987 werkte ik bij de Stichting Klinische Genetica, onderdeel van de Celbiologie o.l.v. professor Galjaard. Ons werk bestond o.a. uit prenatale en postnatale diagnostiek. We hadden een leuk, hecht team op de 24e verdieping. Dat maakte het bijzonder door het mooie uitzicht en omdat we soms in de wolken zaten. We hadden ons vaak nieuwsgierig afgevraagd hoe het op het dak zou zijn. Tot onze grote verrassing mochten we daar een keer naartoe. Ik ben degene met het witte pak, samen met al mijn collega’s. (Zie foto)

Parlevinker

Oktober 1967. Ik ben 22 jaar en wil graag in de journalistiek. Solliciteer als leerling-journalist bij dr. E. Diemer, hoofdredacteur van het Christelijke dagblad De Rotterdammer aan de Witte de Withstraat. Ik word aangenomen en spring een gat in de lucht. Ik mag een week later al beginnen op de stadsredactie. Mijn eerste échte baan voor 550 gulden in de maand. De eerste twee jaar heb ik bij die krant op journalistiek gebied erg veel geleerd. Kees Cornelisse was mijn chef. Wie regelmatig met persfoto’s het redactielokaal binnenstruinde was persfotograaf Ary Groeneveld, een jofele peer, die altijd goed gemutst was. In die tijd al bewaarde ik fotoprints. Ik weet niet meer precies waarom. Wellicht had ik toen al een soort van historisch besef.

In mijn enorme collectie bevinden zich twee foto’s uit 1969. Op de ene zie je twee proviandboten van de firma Paul in een haventje. Op de andere een man winkelen in een zelfbedieningsboot. Ik weet dat dit soort scheepjes, parlevinkers, bestonden, maar vindt maar eens een overduidelijke actiefoto.

Wel, Ary legde dit curieuze tafereel op foto vast. De winkelende klant poseert nogal duidelijk, met zijn flesje Duyvis saladesaus in de hand. Maar soms mag dat wel voor een krantenfoto. Met een loep heb ik de vele producten bekeken en kom met het volgende boodschappenlijstje: Delftse slaolie, Liga kindervoeding, Nescafé, Saroma pudding, Verkade muisjes, Jacobs kaffee, en uiteraard bier, wijn en sigaretten. Boven de gebogen man hangen scheermesjes van Gillette. De firma Paul was jaren zestig gevestigd aan de Sluisjesdijk en had filialen in het Vrij Entrepot Stieltjesstraat en vliegveld Zestienhoven. Zij bestierden daar decennialang in de vertrekruimte de zo geliefde taxfree winkel. Wellicht doen ze dat nog steeds. Dat zal ik nog eens uitzoeken.

Rotterdam heeft een rijke historie en die is uiteraard onuitputtelijk. Iedere dag opnieuw wordt het verleden aangevuld met tal van kleine feiten. Via beeld en tekst voegen zij iets toe aan onze gemeenschappelijke geschiedenis. Journalisthistoricus Joris Boddaert beschrijft in deze rubriek een Rotterdamse foto.

Oproep: Voetbalhelden van Rotterdam

Eind mei willen we in De Oud-Rotterdammer extra aandacht besteden aan de voetbalhelden van Rotterdam van vroeger. Wie een leuke anekdote heeft over- of herinnering aan zo’n echte coryfee: schrijf ons! Van Coen Moulijn tot Robin van Persie, van Bennie Wijnstekers tot Hans Eijkenbroek, van Gaston Taument tot Mario Been, van Pim Doesburg tot Eddy van de Roer: wie was uw idool of oogappeltje op het veld? En vooral: waarom? Wij zijn nieuwsgierig naar uw verhalen. Stuur ze ons toe, liefst ook met een foto erbij.

Stuur naar: info@deoudrotterdammer.nl of als u geen internet heeft: Redactie De Oud-Rotterdammer, Hoogeveenenweg 214, 2913 LV Nieuwerkerk aan den IJssel.

Moeilijke jaren

Nou valt deze krant ook wel mee. Zeer lezenswaardig zal ik maar zeggen. Wat mij er buitengewoon aan bevalt is de inbreng van u, de lezers, zelf. Leuke interessante bijdragen en artikelen en verhalen over allerlei onderwerpen. Ik schrijf nu “verhalen”, maar het woord “verhaal” is inmiddels zo goed als uit het Nederlands verdwenen, het Nederlands van de kranten wel te verstaan. Tegenwoordig lees je “narratief”, dat is u misschien opgevallen. Dat woord, natuurlijk weer uit het Engels over genomen, staat kennelijk sjieker en doet bij de scribent een hoog IQ vermoeden.

Oh, dat Engels. Het komt waarschijnlijk natuurlijk ook weer door die vreselijke computertaal. Wij hebben voor driekwart van de termen weer geen vertalingen kunnen bedenken. Maar ook het gewone gesprek is tegenwoordig doorspekt met Amerikaanse woorden en uitdrukkingen.

We “showen” en we “pleasen” en we “educaten” er op los, verdomd als het niet waar is, ik hoorde een “influencer” laatst zeggen dat ze nog een beetje moest “educaten”.

Maar het wordt mij enigszins droef te moede als ook de schrijfwijze de Engelse grammatica volgt: iemand schreef dat ie een ander iemand had “gedated”. Dat is doodgewoon geen Nederlands meer, dat is gewoon het Engelse voltooid deelwoord. Je kunt kennelijk niet “ik heb iemand gedeet,” schrijven. Het maakt naar het schijnt meer indruk als je zegt “amazing” in plaats van “verbazend” of zelfs “verbazingwekkend”. Hoor die verschrikkelijke reclamezinnen. Het komt kennelijk harder aan als de slotzin in het Engels wordt gedebiteerd, getuige “We all benefit” en “discover your smile” en “yes we can”. ( Mijn ongeoefende vingers zoeken zich suf naar de goede toetsen die het Engels vereist).

Nou zo kan ik nog tientallen voorbeelden geven, maar dat hoeft niet, kijk maar in uw krant.

Maar daar word je, behalve van de bovenstaande klachten, sowieso misselijk van het nieuws op zich.

Wat is dit voor een tijd lieve mensen? Een gestoorde malloot voert op slechts 2000 kilometer hier vandaan een afschuwelijke oorlog. En daar is meneer Wilders een vriend van. En daar wordt massaal op gestemd.

Zou ie het parlement nog “een nepparlement” noemen?

Nee, dat doet ie niet meer.

Zou hij “alle Marokkanen nog het land uit willen zetten”?

Nee, dat zegt ie niet meer.

Moet iedereen die een Koran in huis heeft van hem nog altijd vijf jaar de cel in? Daar hoor je hem niet meer over. Moeten we van hem nog altijd Oekraïne aan zijn lot over laten? Nee, dat staat “in de ijskast”. En nu maar proberen met deze zot een kabinet te formeren. Dat zal heel moeilijk gaan. Iemand schreef: “ze zijn bezig een vierkant blokje door een rond gaatje te duwen.”

Zoals wij allemaal weten, dat gaat niet.